Nieuw bij Junior Einstein


Welk voertuig hoor je?

Herken jij alle voertuigen?

Tel je mee?

Hoeveel appels tel je? Laat zien hoe goed jij al kunt tellen.

Vormen en kleuren toveren

De toverfee is aan het toveren. Weet jij welke vorm en kleur ze tovert?

Zet een rondje om het juiste aantal plaatjes [2]

Trek een lijn naar de juiste dobbelsteen [2]

Werkblad dobbelsteen: kleur het aantal stippen [1]

Versje cijfer 1

Hele uren op de klok

Klokkijken moeilijk? Met deze leeropdracht leer je heel goed de hele uren op de klok! Benieuwd naar de uitleg en de vragen?

Tijdsvolgorde [2]

Onderwerp en hoofdgedachte

Verwijswoorden

Woorden met be-

Woorden met ge-

Woorden met schr-

Woorden met twee of meer medeklinkers

Woorden met -oei

Kommagetallen met elkaar vermenigvuldigen

Kommagetallen vermenigvuldigen met een heel getal

Kommagetallen vermenigvuldigen met 1.000

Kommagetallen vermenigvuldigen met 10

Splitsingen van 10

Gelijknamige breuken groter dan 1 bij elkaar optellen (bovenbouw)

Woorden op baar, loos, ling of ont

Gelijknamige breuken groter dan 1 van elkaar aftrekken (middenbouw)

Woorden met s of z

Ongelijknamige breuken kleiner dan 1 bij elkaar optellen (plus niveau)

Splitsen: vul de kommagetallen aan t/m 1 (2 decimalen)

Splitsen: vul de kommagetallen aan t/m 1.000 (2 decimalen)

Teller en noemer

Splitsen: vul de kommagetallen aan t/m 10 (1 decimaal)

Wat zijn kommagetallen?

Ongelijknamige breuken kleiner dan 1 bij elkaar optellen (gemiddeld niveau)

Wat is een breuk?

Woorden met ch of cht

Ongelijknamige breuken kleiner dan 1 van elkaar aftrekken (gemiddeld niveau)

Klik het goede dier aan

Welk dier zwemt in zee? Wie zegt: 'Kukeleku?' Weet jij het?

Klik het juiste plaatje aan

Wat is de zon? Wat is een zeester? Ken jij alle woorden?

Hoeveel stappen mag je vooruit? [1]

Trek een lijn naar het cijfer [1]

Hoeveel is er gegooid met twee dobbelstenen? [1]

Versje cijfer 5

Versje cijfer 3

Breuken gelijknamig maken

Weet jij hoe je ongelijknamige breuken gelijknamig maakt?

Tijdsvolgorde [1]

Sleutelwoorden en details

Woorden op -ig en -lijk

Woorden met be-, ge- en ver-

Woorden met -eeuw, -ieuw- en -uw

Woorden met sch-

Woorden met sch- en schr-

Woorden met de plaagletter r

Kommagetallen vermenigvuldigen met 100

Kommagetallen delen door 100

Kommagetallen afronden

Woorden met x, y, q

Ongelijknamige breuken groter dan 1 bij elkaar optellen (plus niveau)

Schrijf het woord als kommagetal

Hoe maak je een breuk gelijknamig?

Hoe schrijf je een breuk?

Gelijknamige breuken kleiner dan 1 van elkaar aftrekken (bovenbouw)

Splitsen: vul de kommagetallen aan t/m 10 (2 decimalen)

Een breuk vermenigvuldigen met een heel getal (verkorte manier)

Wat zijn ongelijknamige breuken?

Splitsen: vul de kommagetallen aan t/m 100 (1 decimaal)

Splitsen: vul de kommagetallen aan t/m 1 (1 decimaal)

Breuk kleiner dan 1 aftrekken van een heel getal

Wat zijn gelijknamige breuken?

Trappen van vergelijking: onregelmatige woorden, verdubbeling van medeklinker

Toveren met cijfers tot en met 10

Lot de toverfee tovert cijfers weg. Welk cijfer is verdwenen?

Welke vorm ontbreekt?

Het vormenmonster heeft een vorm gestolen. Welke vorm ontbreekt in de rij?

Reis rond de wereld

Teken het aantal stippen op de dobbelsteen [1]

Hoeveel is er gegooid? [2]

Versje cijfer 4

Versje cijfer 2

Feit en mening

Probleem en oplossing [2]

Probleem en oplossing [1]

Woorden met -eeuw

Woorden op -ig, -lijk en -ing

Woorden op -ig, -lijk, -heid en -teit

Woorden met -ooi

Woorden met -ieuw

Woorden met -ng en -nk

Kommagetallen delen door 1.000

Kommagetallen delen door 10

Meervouden: plak er -'s achter

Breuken vereenvoudigen

Een breuk groter dan 1 vermenigvuldigen met een heel getal

Gelijknamige breuken groter dan 1 bij elkaar optellen (middenbouw)

Gelijknamige breuken kleiner dan 1 bij elkaar optellen (bovenbouw)

Opbouw van kommagetallen

Splitsen: vul de kommagetallen aan t/m 100 (2 decimalen)

Breuk groter dan 1 aftrekken van een heel getal (middenbouw)

Heel getal optellen bij een breuk groter dan 1

Splitsen: vul de kommagetallen aan t/m 1.000 (1 decimaal)

Gelijknamige breuken kleiner dan 1 bij elkaar optellen (middenbouw)

Gelijknamige breuken kleiner dan 1 van elkaar aftrekken (middenbouw)

Heel getal optellen bij een breuk kleiner dan 1

Trappen van vergelijking: woorden op f of s